VlagSGP
     

Algemeen en ActueelAlgemeen en Actueel

U bent hier:
ChristenUnie-SGP Pijnacker-Nootdorp
SGP
Algemeen en Actueel

 

Algemeen, kiesvereniging

Onze kiesvereniging bestaat uit oudere en jongere leden. We zijn een aantal jaren geleden bezig geweest om een kiesvereniging voor de jongeren uit de regio op te zetten. Op dat moment was er echter niet voldoende animo, dus hebben we besloten om als oudere en jongeren met elkaar de kiesvereniging Pijnacker-Nootdorp door te zetten. Leerzaam, van elkaar kan je veel leren!

Onderstaand zijn verslagen van enkele speciale vergaderingen weergegeven:

 


 

 CHRISTELIJK JEUGD- EN GEZINSBELEID

Delfgauw – Op donderdagavond 22 november stond het thema Jeugd- en Gezinsbeleid centraal tijdens een openbare vergadering van de plaatselijke Staatkundig Gereformeerden. Drs. J. A. Schippers, directeur van het Studiecentrum van de S.G.P., hield in het Kerkelijk Centrum aan de Zuideindseweg een lezing over het genoemde thema. De S.G.P. is van mening dat het huidige Jeugd- en Gezinsbeleid van de overheid herzien moet worden.

Maatschappelijke trends

Het gezin en ook het gezinsleven staan onder druk. Onze jeugd plukt hiervan de wrange vruchten. Drs. Schippers gaf hiervoor een viertal redenen. Het aantal huwelijkssluitingen is sinds de jaren zeventig gehalveerd naar ca. 72000 huwelijkssluitingen. Als gevolg van een individualistische en hedonistische visie op het huwelijk, wordt 90 % van de huwelijken die tegenwoordig worden gesloten, vooraf gegaan door een periode van samenwonen. Het huwelijk lijkt tegenwoordig veel op een privé-contract wat eventueel na een paar jaar al weer ontbonden kan worden. Trouw zijn aan elkaar “in voor- en tegenspoed” is helaas sterk op de achtergrond geraakt. Het huwelijk is een instelling van onze goede God waarin Hij wil laten zien hoe man en vrouw elkaar in liefde aanvullen.
Een volgend punt is het geboortecijfer. Dat is flink gedaald. Net na de oorlog kreeg een vrouw gemiddeld nog 4 kinderen, nu is dat cijfer nog slechts 1,7. Hierdoor wordt o.a. de vergrijzing in de hand gewerkt. De gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kindje krijgen stijgt. In 1970 was die leeftijd met 24 jaar nog relatief laag. In 2007 is dat 30 jaar geworden. Medisch gezien is dat geen goede ontwikkeling. Het laatste punt van zorg is de stijgende arbeidsparticipatie onder (jonge) moeders. Hierdoor heeft de gemiddelde moeder minder tijd voor de opvoeding van het kroost.
Met name het huidige Gezinsbeleid heeft de genoemde feiten mede in de hand gewerkt. De S.G.P. is daarom, net als de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, voor een herziening van dit beleid.

Wat zou er dan moeten gebeuren? De S.G.P. wil niet dat de staat onze kinderen gaat opvoeden maar is er voorstander van dat de opvoeding van kinderen voornamelijk binnen het gezin plaats vindt. De arbeidsparticipatie onder (jonge) moeders moet daarom niet meer gestimuleerd worden. Gezinsondersteunende financiële maatregelen moeten worden vergroot. Denk hierbij aan de zaken als kinderbijslag en andere belastingfaciliteiten zoals de overdracht van de heffingskorting. Op het gebied van financiële ondersteuning van gezinnen door de overheid, loopt Nederland, vergeleken bij andere Europese landen, soms ver achter. Het nederlandse gezin verdient beter! Ook op het gebied van de rechtsbescherming. Het nederlandse gezin heeft namelijk géén rechtspositie in de Nederlandse grondwet. In de meeste ander EU-landen is dit wel grondwettelijk vastgelegd. In deze landen wordt het gezin dus expliciet beschermd. Kortom de S.G.P. vindt dat de overheid de rechten van ouders en kinderen moet beschermen.

Lokaal Jeugdbeleid.

Verslaving onder de jeugd neemt steeds grotere vormen aan. Ook de overlast, veroorzaakt door jeugdigen, neemt toe. Gelukkig is het maar een relatief klein percentage van de jeugd dat deze problemen veroorzaakt. 85% functioneert goed. Hier kunnen we alleen maar blij mee zijn. Maar we zijn er nog niet. Want hoe houden we de overige jeugdigen erbij? Hoe houden we er grip op en geef je ze een zinvolle tijdsbesteding? Hoe geef je het overheidshandelen dat invloed heeft op de maatschappelijke positie van jeugdigen handen en voeten? Hoe voorkom je dat jeugdigen ontsporen en in de criminaliteit terecht komen. Dit is een hele lastige. Maar wijkgericht werken kan naar onze mening een goede impuls geven aan de geschetste problematiek. Een driehoeksoverleg tussen de wijkagent, de jeugd- en jongerenwerker én de gemeentelijke wijkmanager zou een middel kunnen zijn om problemen en ontsporingen eerder te signaleren. Dus een wijkgerichte aanpak met een betere informatie-uitwisseling. Daarnaast moeten ook ouders, huisartsen, docenten en predikanten bij het lokale Jeugdbeleid betrokken worden. Informatie-uitwisseling is hierbij ontzettend belangrijk. Het huidige Jeugdbeleid lijkt soms meer symptoombestrijding dan dat het getuigt van beleid met visie.

Het gemeentelijke maar ook het provinciale Jeugdbeleid moet vooral een preventieve kern bezitten vindt de S.G.P. Hiermee kunnen vroegtijdig problemen opgespoord worden. Betere bescherming van kinderen door preventieve hulp vooraf door bijvoorbeeld de inzet van een gezinscoördinator. Hierdoor zullen tevens de wachtlijsten korter worden. Door een toenemend beroep op de provinciaal gecoördineerde Jeugdzorg is er op dit moment namelijk sprake van wachtlijstenproblematiek. De geestelijke ontgronding van onze maatschappij is een van de oorzaken van de problematiek.

Een consistent alcohol- en drugsbeleid met voorlichting over de schadelijke gevolgen van alcohol en drugs alsmede het tegengaan van schadelijke media-uitingen in de openbare ruimte, horen bij een goed lokaal Jeugdbeleid. Mocht het onverhoopt met bepaalde jeugdigen de spuigaten uitlopen stop deze ‘moeilijke gevallen’ dan niet gelijk in de jeugdgevangenis maar zoek naar alternatieve jeugdzorgopvang. Zo kun je voorkomen dat ze in de criminaliteit terecht komen.

De Kiesvereniging van de SGP in Pijnacker-Nootdorp

naar boven


  2 april 2005

Een ledenvergadering die voor lange tijd actueel is de ledenvergadering van 2 april 2005 in Utrecht. Op de volgende site kunt u een en ander bekijken wat daar zoal is besproken. www.sgp.nl

Onze SGP voorman Van der Vlies heeft o.a. de volgende partijrede uitgesproken:

Partijrede Van der Vlies - Jaarvergadering 2 april 2005

Datum publicatie: 02-04-2005
Auteur: B.J. van der Vlies

ontleend aan Psalm 31: 19 berijmd

“Hun geeft Hij moed en krachten,
Die hopend op Hem wachten.”

Uit koers en van slag
Nederland is van slag. Iedereen herinnert zich natuurlijk nog als de dag van gisteren de afslachting van de filmmaker en columnist Theo van Gogh. Maar die schokkende gebeurtenis staat niet op zichzelf. Ik noem slechts enkele namen en plaatsen om het palet te schilderen: New York, Madrid, Hirsi Ali, Wilders. En als ik om me heen kijk op mijn werkvloer, de Tweede Kamer, zie ik iets wat ik in al die 23 jaren die ik nu op het Binnenhof werk nog nooit heb gezien: detectieapparatuur, hermetisch gesloten veiligheidsdeuren en  kamerleden en bewindslieden die dag en nacht door lijfwachten moeten worden beschermd.
Van een verhoudingsgewijs kalme periode onder de kabinetten Lubbers en Kok, waarin overigens meer dan genoeg passeerde waartegen de SGP zich hartgrondig en principieel verzette, zijn we vanaf het jaar 2002 in een fase terechtgekomen van politieke instabiliteit, mede als gevolg van schrikbarende ontwikkelingen wereldwijd.

Er is al heel wat geanalyseerd en becommentarieerd wat betreft de achtergronden van één en ander. Allerlei ontwikkelingen en tendensen worden hierbij genoemd. De mondialisering van de economie bijvoorbeeld, de toenemende immigratiestromen, de internationalisering van de politiek, de gevolgen van het wereldwijde internet, de opkloppende werking van de media meer algemeen.
Het zal allemaal van betekenis zijn geweest. Toch moeten we dieper boren. Het gaat ongetwijfeld uiteindelijk ook om het verval van het gezag van de overheid en van de identiteit van onze samenleving. Naarmate dat verval groter is, is de botsing van godsdiensten en culturen bedreigender. Als je zelf weinig tot niets te bieden hebt aan waarden en normen, geef je anderen grotere kans zich te profileren en te manifesteren.

Het is zo ver gekomen dat de Nederlanders in het duister tasten over hun eigen identiteit. Dat is een treurige en tegelijk ontdekkende constatering. Waar liggen onze wortels? In welke traditie staan wij? Voor velen moeilijk te beantwoorden vragen! Breed wordt onderkend dat er een grote onbekendheid is met onze eigen vaderlandse geschiedenis. Maar hoe zullen we het heden kunnen verstaan zonder ons verleden te kennen? En hoe zullen we met die leemte de onzekere toekomst “gewapend” tegemoet kunnen treden? Gelukkig komt er aandacht voor dit probleem en deze vraagstelling. Er wordt gewerkt aan een herijkte canon voor het vakgebied van de geschiedenis. Het historisch besef is naar het oordeel van deskundigen op een dieptepunt beland. We leven te vlak, slechts van de ene in de andere dag. Wel overspoeld door de dagelijkse actualiteit, maar geen zicht op en kennis van de verklaringen, achtergronden en betekenis ervan. Natuurlijk, er zullen altijd de uitzonderingen zijn die de regel bevestigen; we mogen niet generaliseren. Maar toch!

Ook op politiek terrein wordt de geschiedenis miskend. Denk bijvoorbeeld aan de preambule van de Europese ‘Grondwet’ waar om volstrekt onterechte redenen afgezien is van een vermelding van het joods-christelijke erfgoed in de landen die de Unie vormen. Wij hebben deze beslissing als onhistorisch en als een miskenning van de Europese identiteit ervaren.

Als het gaat over onze identiteit, dan is er nog iets wezenlijks. Onze nationale historie laat zich verklaren vanuit haar wordingsgeschiedenis en de betekenis van het Huis van Oranje daarbij. Deze wordingsgeschiedenis is onlosmakelijk verweven met de ‘planting Gods’ van de kerk der Reformatie in ons land. De Gereformeerde kerk kwam tot bloei, we vormden een christelijke natie. De Heilige Schrift lag geopend op de kansels, maar ook op het pluche van de bestuurstafels. Inderdaad, er werd niet altijd naar gehandeld, het ging toch nog regelmatig fout. Dat wijst ons de geschiedenis uit. Maar er was aanvankelijk nauwelijks of geen discussie over de betekenis van de bijbelse waarden en normen voor het persoonlijke en openbare leven. Dat is helaas anders geworden. Ons volk heeft in meerderheid nagenoeg geen band meer met het Woord van God. “Ze hebben des HEEREN Woord verworpen, wat wijsheid zouden ze dan hebben?” (Jeremia 8:9) Deze scherpe analyse uit het Oude Testament geldt ook voor ons en onze tijd. Dat is reden om ons voor God te verootmoedigen, maar ook om land en volk op te wekken deze eigenzinnige en dwaze houding te laten varen en te gaan vragen naar de Heere en Zijn sterkte, zoals één van de psalmen dat zegt. Hier ligt de kerntaak van de SGP, om op te komen voor de rechten en inzettingen des Heeren, om te pleiten voor erkenning van de bijbelse waarden en normen, opdat alles zou uitlopen op de eer en verheerlijking van God Die er recht op heeft dat iedereen, ook de overheid, Hem dient en gehoorzaamt.

Met verdriet en grote zorg moet worden vastgesteld dat er ondanks dit alles maar weinig naar wordt geleefd. Onze samenleving is uit koers en van slag. Dat geldt algemeen maatschappelijk, dat geldt al helemaal als we de toets aanleggen van Woord en Wet. Je zou er bij ogenblikken moedeloos van worden. Waar haal je de moed en de kracht vandaan om dan toch gewoon in getrouwheid aan je roeping dóór te gaan, onder het gebed of de God aller genade er op Zijn tijd en wijze een onmisbare en rijke zegen aan zal willen verbinden? Zwak van moed en klein van krachten als we in en vanuit onszelf zijn, om het koning David met de 103e Psalm na te zeggen. Die vraag wordt in Psalm 31 beantwoord. Hún geeft Hij moed en krachten, die hopend op Hém wachten.

Ambtsjubileum koningin Beatrix
Op D.V. 30 april aanstaande wordt nationaal stilgestaan bij het Zilveren Regeringsjubileum van ons staatshoofd. Hare Majesteit Koningin Beatrix zal dan 25 jaar haar door ons zeer gewaardeerde positie innemen. SGP'ers voelen een bijzondere band met het Huis van Oranje. De achtereenvolgende Oranjes hebben een vooraanstaande en verantwoordelijke rol gespeeld in de geschiedenis van onze natie. Wij zien dat als een treffende leiding van God, Die immers álle dingen bestuurt. Koningin Beatrix heeft op een integere, deskundige en zeer betrokken wijze inhoud gegeven aan haar positie. Veel is over haar hoofd heengegaan, veel persoonlijk verdriet heeft ze moeten verwerken. In korte tijd haar echtgenoot Prins Claus én haar beide ouders gestorven. Wat betreft haar familie in breder verband geldt dat men door goed en kwaad gerucht moest voortgaan. Jaar in jaar uit hebben we als partij de Koninklijke familie en Hare Majesteit in het bijzonder, de onmisbare zegen van God toe gebeden. Wij wensen uit de grond van ons hart dat het Huis van Oranje zich omringd mag weten door ons aller dagelijks gebed, maar bovenal dat het door de leiding van de Heilige Geest, Die harten vernieuwt en tot waarheid en wijsheid brengt, mag ‘wandelen’ in de vreze des Heeren. De vreze des Heeren doet ook wijken van alle kwaad. Wij wensen onze Koningin en allen die haar lief zijn toe te mogen ondervinden dat moed en kracht geschonken worden aan hen die hopend op de God aller genade wachten.

Kloof
Eén van de meest sprekende kwesties in onze samenleving is de zichtbare kloof tussen autochtone (zeg maar in ons land geboren en getogen Nederlanders) en allochtone inwoners. We gaan nu voorbij aan de op zichzelf zeer terechte vraag hoe het heeft kunnen gebeuren dat zoveel mensen van verschillende etnische achtergrond in ons land wonen. Het is bekend dat onze partij daar altijd zorgen over heeft uitgesproken, juist met het oog op de te verwachten botsing van godsdiensten en culturen.
Het is nog niet eens lang geleden dat het politiek correct was de multiculturaliteit van onze samenleving als ideaal en uitdaging te zien. Daar tegenin te gaan, leverde het risico op te worden verdacht van racistische of zelfs fascistische trekjes. En dat is toch wel zo ongeveer het laatste dat je moet willen riskeren. Maar het gevolg was wél dat te lang gezwegen is over onze eigen identiteit en cultuur. Nogmaals, vanuit de achtergrond van ontzuiling, ontkerkelijking, en een sterk waarden- en cultuurrelativisme. Ieder moest de ander in zijn eigenheid maar in zijn of haar waarde laten en dan zou het allemaal wel goed komen. Harde realiteit is intussen dat de onderscheiden groepen elkaar steeds minder in hun waarde (weten te) laten. Tot verbazing van de postmoderne Nederlander kwamen opnieuw kwesties aan de orde die men al lang achter zich had gelaten: gemengd zwemmen, homoseksuele leraren voor de klas, vrouwenbesnijdenis, eerwraak, gelijkheid van man en vrouw en het dragen van hoofddoekjes (analyse van prof. Jouke de Vries in Vrij Nederland, 26 februari jongstleden). Aanvankelijk deed men er het zwijgen toe, je wilde toch niet discrimineren! Welnu, dit bleek onhoudbaar. Men werd opgeschrikt door de wrede moord op Theo van Gogh, waarbij de dader wel degelijk extremistisch religieus bleek te zijn geïnspireerd. De botsing van godsdiensten en culturen in geradicaliseerde en extreme vorm.

Grondwettelijke vrijheden
Na de moord op Theo van Gogh werd de loftrompet gestoken over het vrije woord. De columnist Van Gogh stond bekend om zijn vlijmscherpe woorden, waarmee niets en niemand werd ontzien. Er werd regelmatig de spot gedreven met wat gelovigen heilig is. Christenen, moslims en anderen, ze werden bij herhaling op afschuwelijke wijze geconfronteerd met brutale en lasterlijke woorden en beelden. Maar het moest en moet allemaal kunnen. Dat is de mentaliteit van velen, ook in de politiek. Vanzelfsprekend rechtvaardigt wélk kritisch oordeel over zijn pennenvruchten ook, nimmer zijn liquidatie! Dat moet zonder meer helder zijn. Maar de moord op Theo van Gogh werd gezien als een frontale aanval op het vrije woord. Daar kwam de samenleving tegen in opstand. De vrijheid van meningsuiting zoú overeind blijven! Iedereen mag vrijuit zeggen wat hij denkt.
In dát verband leek de bepaling in het Wetboek van Strafrecht over de godslastering te moeten en te kunnen sneuvelen. Waarom mag men niet onbelemmerd zeggen hoe men denkt over de kern van godsdiensten en de God tot Wie de godsdienstige verering zich richt? Elke opgeworpen belemmering beknot de vrijheid van meningsuiting en als het te gek zou worden kan de gang naar de rechter worden gemaakt.
Terecht heeft de regering tot nu toe weerstand geboden aan deze redenering. Immers, de vraag is wel degelijk gerechtvaardigd of alles maar gewoon gezegd moet kunnen worden, dan wel of er grenzen gesteld mogen worden, in het bijzonder ook naar aanleiding van het motief van godslastering, iets wat in onze historie en cultuur verankerd is. Wij vallen deze redenering volstrekt bij, overigens met de spijtige constatering dat het papier van het betreffende wetboek kennelijk geduldig is, maar de rechtspraktijk zich al jaren lang verre houdt van een ál te strak hanteren van de regels. Maar goed, het was juist de regering die het betreffende artikel opnieuw onder de aandacht wilde brengen als onderdeel van een heel pakket maatregelen om in de verwarring ná de moord op Van Gogh orde te scheppen en er met strakke hand tegenaan te gaan. Alle vormen van (sluimerend en ontwakend) terrorisme moeten aangepakt worden, zo vroeg mogelijk en zo effectief mogelijk. Diverse maatregelen van terrorismebestrijding zijn of worden genomen. Met onze instemming. Wel maken we de kanttekening dat we niet moeten doorslaan in het inbreken op de fundamenten van onze rechtsstaat, waar het gaat om bijvoorbeeld de privacy. Het gaat om gezaghebbende en geloofwaardige en tegelijk doeltreffende maatregelen om deze angstaanjagende ontwikkelingen naar vermogen te keren, in nationaal en in internationaal verband. Op hoop van zegen!

Nauw met deze vrijheid verbonden is de vrijheid van godsdienst. Wereldwijd is deze vrijheid een groot goed. Christenvervolgingen onder bepaalde regimes stellen wij terecht aan de kaak. Vanouds is deze vrijheid onder ons opgevat als de vrijheid om God, de God van de Bijbel, naar Zijn Woord te dienen. De Verlichting en de Franse Revolutie hebben geleid tot wat in die tijd werd genoemd “de gelijkheid der gezindten” met als gevolg de gelijkberechtiging van alle godsdiensten. Een overheid die wat betreft het thema godsdienst neutraal zou zijn. De vraag wordt, gelet op de recente conflicten in ons land, door liberalen en neo-liberalen in toenemende mate opgeworpen of dit beginsel niet consequenter moet worden toegepast.

Moeten we, gelet op vermoede tendensen in geradicaliseerde milieus, niet nauwlettender gaan toezien op wat in de onderscheiden kerken en gebedshuizen wordt geleerd? Het kan toch niet zo zijn dat onder de dekmantel van de vrijheid van godsdienst tot bijvoorbeeld haat wordt opgeroepen tegen de Westerse samenlevingen? De behoedzaamheid van het verleden in zulke kwesties kan dan gerechtvaardigd zijn geweest, maar is niet onvoorwaardelijk vol te houden. Dat is het ene front. Het andere wordt verwoord in de vraag waarom de overheid eigenlijk nog godsdienstonderwijs in scholen financiert. Moet iedereen dat in het vervolg maar niet voor zichzelf uitmaken en in het privé-domein regelen? Dit dringt te meer als in deze lessen aan de leerlingen leerstof wordt voorgehouden die zich niet verdraagt met fundamentele waarden van onze democratie en rechtsstaat. Vrijheid en gelijkheid zijn norm. Deze mogen noch kunnen, aldus de liberale visie, ingeperkt of gebonden worden ánders dan de wet doet door te wijzen op ieders persoonlijke verantwoordelijkheid voor de wet. Een universeel normatief kader, vanuit godsdienstige overtuiging aangehangen, zet degenen die niet geloven (de seculieren), zet de “verlichte geesten” op achterstand. De gehanteerde gezaghebbende bronnen zijn voor hen niet verifieerbaar, aldus indertijd de liberale voorman de heer Zalm.

Het is buiten kijf dat hier fundamentele zaken aan de orde zijn en komen. Ze raken zowel de vrijheid van godsdienst als de vrijheid van onderwijs. Als in elk geval één ding maar duidelijk is: godsdienst kan noch mag naar het privé-domein worden verdreven. Een door liberalen wel gemaakt onderscheid tussen de binnenkant en de buitenkant van je leven doet gekunsteld aan. Je geloofsovertuiging doortrekt je hele zijn. Je godsdienstige overtuiging is niet op te bergen in bijvoorbeeld een kastje van de hal bij de voordeur van je huis als je die dicht trekt om de publieke ruimte binnen te treden en daar medeverantwoordelijkheid te dragen voor het reilen en zeilen van onze samenleving. Het is ook ondenkbaar om goed en verantwoord christelijk onderwijs te geven zonder dat de christelijke geloofsovertuiging alle vakken doordesemt.

De vrijheid van onderwijs staat overigens ook anders ter discussie. De PvdA stelt grenzen aan de autonome bevoegdheid van schoolbesturen in het bijzonder onderwijs tot een eigen, door identiteit genormeerd toelatingsbeleid. Als ouders de grondslag van de school respecteren maar niet kunnen onderschrijven, moet dat toch genoeg zijn. Ook moeten de ouders, die onder deze voorwaarden aan een school verbonden raken, meer zeggenschap krijgen in de school. Mevrouw Van der Hoeven, minister van Onderwijs, gaf onlangs te kennen van mening te zijn dat besturen bij het stichten van hun scholen inzicht moeten kunnen verschaffen over de wijze waarop ze in het onderwijs met de waarden en normen van onze samenleving omgaan. Dat immers, moet wel op een goede wijze gebeuren.

Kort en goed, de vrijheidsrechten vormen elk voor zich en in onderlinge samenhang een onrustig bezit. Gelukkig heeft het Kamerdebat over de grondrechten als conclusie herbevestigd dat er geen hiërarchie is tussen grondrechten. Even leek het of artikel 1 van de Grondwet, de bepaling die zich tégen discriminatie richt, zou gaan heersen over de andere grondrechten in gevallen waar zij botsen. Grondrechten bedoelen de burger te beschermen tegen de staat en pas als afgeleide daarvan burgers tegen elkaar. De staat immers, kan opdringerige pretenties en ambities hebben, die burgers in hun rechtmatige en onopgeefbare, persoonlijke intenties en vrijheden raken. Deze moeten worden gestuit, ongeacht de sociale spanningen die zijn toegenomen in onze samenleving, zoals trouwens in alle moderne democratieën. De grondwettelijke vrijheden vormen een “moeilijk rechtsgoed”, maar het is de moeite waard om in het huidige geestelijke klimaat voor deze vrijheden op te komen. Vrijheden die altijd vrijheid in verantwoordelijkheid betekenen. Vrijheden die dus nooit ongelimiteerd (kunnen) zijn.

En de SGP dan?
Het kan dan wel zijn dat de zojuist vermelde overwegingen vooral zijn ingegeven door spanningen over, om niet te zeggen angst voor de consequenties van de vestiging van de Islam in ons land (imams, moskeeën en moslimscholen), vanuit het dogma van gelijke behandeling moeten ook orthodox-christelijke kringen zich in een bijzondere belangstelling verheugen. Wat wordt er vanaf hun kansels precies verkondigd en hoe gaat het in hun scholen toe? Als het gaat om een ethisch oordeel over andere godsdiensten en culturen, als het gaat om een oordeel over homoseksualiteit, als het gaat om de gelijkheid van man en vrouw?

En hoe zit het precies met de SGP? Vriendelijke en hardwerkende mensen, daar niet van. Maar hoe zit het met de ruimte die andersdenkenden van hen mogen hebben en krijgen?

Vrijheid van meningsuiting, maar die SGP treedt regelmatig in het krijt als er gevloekt wordt, er lasterlijke opmerkingen of beelden voorkomen in media, reclameboodschappen en dergelijke. Inderdaad, zo is het. De vrijheid van meningsuiting is een groot goed, maar het past absoluut niet die vrijheid te misbruiken door met God en Zijn gebod en alles wat heilig is te spotten.

Vrijheid van godsdienst, maar zijn SGP'ers niet ál te terughoudend en lastig als het bijvoorbeeld gaat om de bouw of stichting van een moskee? Inderdaad, wij kunnen beslist niet voluit meewerken aan de op- en uitbouw van een godsdienst die haaks staat op de zegenrijke waarheid van het Woord van God, de Heilige Schrift, waarin de enige Weg tot de zaligheid wordt getekend in de Heere Jezus Christus. Naar Hém zijn christenen vernoemd, van Hém kunnen zij niet af in de confrontatie met andere godsdiensten.

Vrijheid van onderwijs, maar horen we uit staatkundig gereformeerde hoek niet ten principale de toets en kritiek van Schrift en belijdenis aanleggen aan alle door de overheid bekostigde onderwijs? Inderdaad, het zou de overheid een zorg moeten zijn met welke waarden en normen de jeugd in het onderwijs wordt tegemoet getreden. Er mogen geen knollen voor citroenen worden verkocht. Onderwijs bereidt voor op het leven, verantwoord onderwijs doet méér. Het bereidt ook voor op de eeuwigheid.

En wat te denken van hun eisen aan de inrichting van onze samenleving op het punt van de zondag? Als ze kans zien, onthouden ze jou het zwembad of de tennisbaan op die dag, om maar eens wat te noemen. Vrijheidsberoving, niks anders! Alternatieve samenlevingsvormen mogen ook al niet. Ze hebben fundamentele kritiek op het eigentijdse motief van zelfbeschikkingsrecht voor mensen in kwesties van leven en dood (abortus provocatus en euthanasie). Het is allemaal waar en we menen er goede redenen voor te hebben. Sterker, we geloven dat alle mensen gehouden zijn er net zo over te denken. We lezen in het Woord van God immers dat het alle mensen betaamt Hém te vrezen en naar Zijn geboden te leven (aan het einde van het Bijbelboek Prediker)

Ze hebben het over een theocratie. Een theocratisch ideaal, een theocratisch beginsel als uitgangspunt. Wat betekent dat precies? Wordt alles weggemaaid dat zich daarmee niet verdraagt? Onderdrukking, vervolging? Een theocratie als religieus rechtssysteem, waar de kerk het voor het zeggen heeft in de staat, is toch geen wenkend vooruitzicht? Men rilt nog bij de gedachte aan het Iran van Khomeini. Zoiets willen we in ons land nimmer beleven. De SGP, de Taliban van het Westen; Van der Staaij en Van der Vlies, de ayatollah’s in de verafschuwde pendant van een gereformeerde theocratie. Deze en dergelijke aantijgingen zijn met vele te vermeerderen.

Verongelijkt én fel, wordt ons de indringende vraag voorgehouden wat hun te wachten staat als de SGP het voor het zeggen zou hebben. Bijvoorbeeld onlangs in het felle interruptiedebat - tijdens de behandeling van de nota Grondrechten in een pluriforme samenleving - tussen de heer K. de Vries (PvdA) en de heer Van der Staaij.

Verantwoording
Het kan blijkbaar niet vaak genoeg worden gezegd dat elke vergelijking van de SGP met extremistische stromingen in radicaal-islamitische kringen volstrekt mank gaat en ten diepste onheus is. Men wéét beter, althans men kán beter weten. Sinds 1922 zijn we onafgebroken in het nationale parlement vertegenwoordigd. Welke partij kan dat eigenlijk nazeggen? Collega Van der Staaij in het debat: “Wij hechten namelijk zeer veel belang aan de kaders van de democratische rechtsstaat en wij hebben elke verbinding met geweld om politieke doelstellingen te bereiken voortdurend en consequent van de hand gewezen. Wij hebben, zeg ik met een knipoog naar de heer De Vries, zelfs geen Troelstra gehad die in deze Kamer de revolutie uitriep (1918). Dat wilde ik voor de volledigheid nog even beklemtonen”.

Wij hebben altijd benadrukt dat niemand bevreesd hoeft te zijn voor een beleid dat beantwoordt aan de SGP-principes. Integendeel, het zal nergens zo veilig zijn als juist dáár. We zijn er oprecht en diep van overtuigd dat de inhoud van ons verkiezingsprogramma, om het zo eens aan te geven, garant staat voor geborgenheid van burgers. Het is als geen ander programma heilzaam voor land en volk. Als we dat niet zouden geloven, we zouden er gauw mee ophouden.
We hebben ook altijd beklemtoond dat de parlementaire democratie voor de SGP een vanzelfsprekende zaak is die het voluit waard is om verdedigd te worden . De wereld rondkijkend, zeggen we het Winston Churchill na: het is de minst slechte regeringsvorm die er is  Een betere methode om tot besluiten te komen, weet ik niet te bedenken, maar het mag natuurlijk ook niet zo zijn dat de democratie een soort substituut voor religie wordt of is. Evenwel, waarom komt ons niet wat meer onbevangen over de lippen dat wij passen in de democratie? Waar zit dat op vast? Dat ligt niet aan de vorm waarin in de loop der jaren de “medewerking van het volk” aan het openbaar bestuur is gegoten, maar aan de “vruchten van de democratie”, de besluitvorming over wat goed wordt geheten in onze samenleving en wat kwaad, die tot stand komt bij meerderheid van stemmen, zeg maar de nórm. Deze resultaten van de democratie, hoezeer ook als uitkomst al of niet node te aanvaarden – en de SGP heeft zich nimmer tegen rechtmatig tot stand gekomen beslissingen met burgerlijke ongehoorzaamheid verzet, hoe diep die beslissingen soms ook werden betreurd – kúnnen in conflict stellen met de bijbelse principes. In dat geval kunnen we de uitkomsten moeilijk tot de onze verklaren. Het gaat dan ten diepste om de plaats van de volkssoevereiniteit en het daaraan verbonden mandaat. Volkssoevereiniteit als uitgangspunt en bestemming tegelijk, heeft de SGP altijd met klem afgewezen, daarbij opererend in de traditie van niemand minder dan mr. G. Groen van Prinsterer.

Onmiskenbaar hebben wij doelstellingen die ver afstaan van de huidige trends en opvattingen die door meerderheden worden gedragen. Natuurlijk zullen er wetten veranderen als we daarop een doorslaggevende invloed hebben. Maar voor welke partij geldt dat niet? Mevrouw Halsema zei nog onlangs dat je de politiek in gaat om dingen veranderd te krijgen. Met andere woorden: mogen we alstublieft! Het zou een zegen zijn voor ons land als wetten weer meer gaan beantwoorden aan bijbelse waarden en normen, bijvoorbeeld omtrent huwelijk en gezin, de beschermwaardigheid van alle leven, de zondagsrust en zo veel meer. Recht doen aan bijbelse uitgangspunten in de praktijk van wetgeving en bestuur, waarbij ook een respectvolle wijze van omgaan met minderheden hoort. Wij hebben absoluut geen dictatuur of totalitaire staat voor ogen, maar een democratisch georganiseerde rechtsstaat met bijbels genormeerd beleid. Een door het bijbelse zuurdesem doortrokken democratie, waarin genoemd beleid nooit wordt afgedwongen door fysiek of mentaal geweld, maar bevorderd door argumenten, overreding, geduld en vasthoudendheid. Er zullen parlementaire meerderheden moeten zijn voor onze voorstellen. Voor grondwetswijzigingen zelfs een gekwalificeerde meerderheid van tweederde.

Onwerkelijk experiment
Voor velen zit daar nu juist de kneep. Het experiment in gedachten is dan de denkbeeldige sprong naar voren dat de SGP het inderdaad te dicteren zou hebben in dit land. In een situatie waarin je hard je best moet doen om twee á drie zetels te halen, is dat een onwerkelijke optie. Iemand uit eigen gelederen noemde het onlangs een haast anekdotische explicatie. Eén ding staat vast, zou het ooit zo ver komen, dan moét er intussen al heel veel veranderd zijn. Het geestelijke klimaat van onze samenleving zal dan krachtig zijn gewijzigd. Tegen allen die de vraag stellen wat er allemaal zal veranderen, kan met recht en reden worden gesteld dat er dan ongetwijfeld al veel veranderd is. Maar we zouden drukker moeten zijn met de vraag hoe we het ooit zover veranderd kunnen krijgen, dan over de vraag voor daarna. De kerken zouden weer vol moeten stromen. Ons volk zou onder beslag moeten geraken van de heilzame bediening van het Woord van God. De Heilige Geest zou veler hart moeten vernieuwen en tot kennis van de Waarheid moeten brengen. Kort en goed: een wonderlijke ommekeer. Zoiets als met Pinksteren, toen de Heilige Geest over de discipelen werd uitgestort (Handelingen 2). Dat we daarnaar wel eens heimwee hebben, geven we graag toe. Maar dan mogen we ook verwijzen naar de rijke zegen die deze doorbraak van de Geest betekende voor mensen, en uiteindelijk ook voor landen en volken. De wereldgeschiedenis getuigt daarvan.

Laten we ons haasten naar de situatie van de beide benen op de grond. We moeten ons niet mee laten zuigen in de fuik van een fictieve werkelijkheid. Het kan dan al gauw gaan om karikaturale beelden voor hen die weigeren hun best te doen de door henzelf opgeworpen utopie op eigen kenmerken te gaan doorgronden.

Nuchterheid
Gereformeerde christenen staan voor de eis dat allen en alles Hém, de God van de Bijbel, dienen te eren. Het Koninkrijk van God uit te breiden is onder de leiding en werking van de Heilige Geest primair een taak van de kerk (prediking en zending). Voor de politiek geldt, als eerder geschreven, dat in de publieke ruimte langs legale weg wordt gestreefd om de bijbelse normen tot meer erkenning te brengen, maar de uitvoering van die opdracht wordt wel gelijktijdig begrensd door de afwijzing van geloofsdwang.

In de vraag naar onze visie op de vrijheid van godsdienst heeft de SGP altijd verwezen naar een ruimhartige gewetensvrijheid als minimum norm. Bij deze gewetensvrijheid hoort vanzelfsprekend een zekere bewegingsvrijheid. Je mag met je overtuiging de straat op om naar een locatie te gaan waar je jouw overtuiging met anderen deelt. Iets anders is om tijdens je tocht elke willekeurige trottoirtegel als ‘kansel’ te gebruiken om anderen in te winnen voor je overtuiging. Dat immers, zou tot ongewénste confrontatie kunnen leiden.  Zo begrepen gewetensvrijheid loopt over in godsdienstvrijheid in engere zin. We hebben het dan niet over cultusvrijheid, die op grond van de vrijheid van godsdienst kan worden opgeëist. Tegen deze cultusvrijheid kan verweer geboden zijn, bijvoorbeeld als het aanzien van de samenleving er door wordt bepaald. Voorbeeld: we hebben het tegenwoordig over de islamisering van de samenleving. Daartegen hebben met ons terecht velen bezwaar: gebedsoproepen vanaf minaretten, prominente moskeeën e.d. Dat past niet in onze traditie, identiteit en cultuur. Afwegingen op de breuklijnen van gewetensvrijheid, bewegingsvrijheid, godsdienstvrijheid en cultusvrijheid moeten principieel en tegelijk nuchter worden gemaakt. We hebben ons niet te verloochenen staatkundig gereformeerde beginsel, zij leveren heldere overwegingen op.

De ons aangelegde lakmoesproef van onze democratische gezindheid, namelijk of we nu vóór of tégen een moskee zijn, is dus ontoereikend en in ieder geval te kort door de bocht. Als de vraag zou luiden of we in staat zijn vanuit onze overtuiging alle godsdiensten evenwaardig te vinden, ligt het helder. Dat kan men niet van ons verwachten. Niet voor niets heeft de SGP indertijd tegen het artikel over vrijheid van godsdienst in de nieuwe Grondwet van 1983 gestemd. Reden was dat de huidige vrijheid te ver gaat in haar vormgeving en uitvoering. Maar de Grondwet is wel aangenomen en daar hebben we dus nu mee te maken. In de traditie van de SGP is, als gezegd, de principiële voorkeur uitgesproken voor het smallere begrip gewetensvrijheid. Uiteraard is er geen scherpe lijn te trekken tussen gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid, eenvoudig omdat privaat en publiek niet strikt te scheiden zijn, welk gegeven tot een zekere praktische nuchterheid moet leiden. Vandaar dat de SGP nooit heeft gepleit voor het afschaffen van de godsdienstvrijheid zonder meer, maar wel voor het beperken er van. Zo waren er in het verleden felle discussies over processieverboden. Nu zou dat actieve inzet kunnen betekenen tegen het voor de wijde omgeving hoorbaar doen uitspreken van gebeden vanaf minaretten.

Actieve overheidsbemoeienis zal zich intussen ook hebben af te vragen of geen maatschappelijke conflicten worden opgeroepen. Wanneer theocratisch georiënteerde initiatieven ertoe zouden leiden dat er tegelijk een einde komt aan een stil, gerust en geordend leven in ons land, zal een pas op de plaats moeten worden gemaakt. Een christelijke overheid faalt jammerlijk wanneer zij de moskeeën weet te sluiten tegen de prijs van de burgerlijke vrede, om het maar eens scherp te zeggen. Het gaat om een wijs beleid.

Het is overigens een illusie dat bij de andere partijen de vrijheid van godsdienst onbeperkt is. Denk bijvoorbeeld aan de kandidaat voor de Europese Commissie Buttiglione die aangaf om principiële redenen moeite te hebben met de homoseksuele praktijk. Hoewel hij daarbij zei dat zijn opvattingen geen rol zouden spelen bij de uitoefening van zijn functie, werd hij uiteindelijk toch gedwongen om terug te treden. Hierbij is zelfs de vrijheid van geweten in het geding!

Geduld
Een geheel ander aspect aan het SGP-profiel is nog het geduld dat opgebracht moet worden jegens andersdenkenden. God heeft geduld met mensen, Hij verdraagt voor een tijd mensen die Hem niet gehoorzamen en dienen. Gods lankmoedigheid is groot, Hij is taai van geduld. In dat spoor moeten ook wij andersdenkenden verdragen, wel vanuit het perspectief dat we hen van de waarheid en waarde van Gods geboden proberen te overtuigen. Hoezeer we ook fundamentele uitgangspunten hebben - anderen zullen ons fundamentalistisch noemen met alle risico van de kleurklank van dit begrip op de koop toe - die ingeven dat het fundamenteel anders moet en dat mensen ook behoren te veranderen. We zullen voor dat veranderen nooit dwang gebruiken, integendeel, juist liefde en geduld oefenen. Tijd van leven is voor ieder mens genadetijd en die kan worden tot bekéringstijd. In deze context is tolerantie geen kwestie van concessie, maar van confessie!

Een laatste overweging is nog dat we onze idealen niet mogen of kunnen invullen in termen van een naderbij te brengen christelijke heilstaat. We leven ‘buiten het paradijs’ en deze heilstaat zal hier niet zijn. Later wél, na de wederkomst van Christus en als er zullen zijn een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid wonen zal. Daar is dus onze politiek écht niet bij nodig, daaraan hoeven we geen handje mee te helpen. We kúnnen dat ook niet, we zouden alleen maar kunnen tegenwerken. Niet door kracht, noch door geweld van mensen, maar door Gods Geest zal dat onweerstaanbaar geschieden! Alleen Zijn Naam ter eer. Op zijn best kunnen enkele bescheiden tekenen daarvan worden opgericht, in het geloof te aanschouwen. Bescheidenheid dus en ootmoed aan onze kant.

Samenwerking
Wereldwijd wordt aangegeven wat in internationaal verband te duchten is van de islamitische jihad, waarvoor ook binnen onze landsgrenzen wordt gerekruteerd. Een fanatieke, niets en niemand ontziende haatcampagne en terroristische aanvallen. Ook is gewezen op wat wel wordt genoemd de liberale jihad. Het openbreken van christelijke scholen, verenigingen, partijen en in een enkel geval zelfs kerken. Dr. G. van den Brink en ds. W. Visscher hebben bepleit om samen te werken met moslims in de strijd tegen het agressieve, seculiere liberalisme dat in haar pogen om publieke uitingen van de islam aan banden te leggen, ook de ruimte van christenen voor openbare uitingen van hun godsdienst zullen beperken. We zouden er een gemeenschappelijk belang bij hebben om liberalen te wijzen op het belang van religie. In beide gevallen – de islamitische jihad en de liberale jihad – gaat het om een geestelijke strijd. Gelegenheidscoalities kunnen afhankelijk van het front dat in stelling komt, wisselen van samenstelling. Zo is het altijd geweest en zo zal het wel blijven. We hebben daar ook altijd een rol in gespeeld. Ook dát zal zo blijven. Maar een duurzaam bondgenootschap met het ene of het andere kamp gaat principieel te ver. Dat zou onverantwoord zijn. En dat wordt over en weer ook voluit beseft. Samenwerking dus naar gelang de gelegenheid zich voordoet. Samenwerking, met behoud van eigen identiteit.

We zijn uitvoerig op deze fundamentele materie ingegaan, omdat onze partij allerwegen ter verantwoording is geroepen. Anderen hebben gesproken over de SGP en tót de SGP. Wij wilden niet zwijgen en mogen dat ook niet. Daarvoor is het te gewichtig. Iets anders is voor te geven het laatste woord er over te hebben gesproken. Dat is niet het geval. Het blijft geboden om als partij op deze gewichtige thema’s te blijven studeren. Maar ieder die er voor ons de spanning uit weg redeneert, heeft onze diepste drijfveren niet begrepen. De SGP met haar boodschap “alzo spreekt de Heere” – overigens in grote ernst en bescheidenheid gebracht – past nu eenmaal niet goed in het moderne tijdbeeld, staat haaks op de Verlichte tijdgeest. Dat zullen we in de kern niet kunnen noch willen veranderen. Dan zouden we ons bestaansrecht verliezen. En dat kan niet de bedoeling zijn.

Tussenbalans Kabinet
Het Kabinet Balkenende II is halverwege de rit. Een evaluatie of ‘tussenbalans’ is op zijn plaats. De regering is zeer voortvarend te werk gegaan als het gaat om thema’s als veiligheid en bestuurlijke vernieuwing. En op het terrein van de sociale zekerheid is het regeerakkoord al bijna uitgevoerd. Maar we missen die voortvarende aanpak als het gaat om de ethische thema’s die ons zo na aan het hart liggen: de evaluatie van de abortus- en euthanasiewetgeving, de nuloptie voor bordelen, de positie van gewetensbezwaarde ambtenaren tegen het sluiten van ‘homohuwelijken’ en de plaats van de zondag als rustdag. De SGP betreurt het dat de regering op deze thema’s onvoldoende daadkracht toont.

Referendum
De SGP is altijd beducht geweest voor uitbreiding van instrumenten in de traditie van de volkssoevereiniteit. Het referendum is er zo een. Toch wordt een raadgevend referendum gehouden over de Europese Grondwet op 1 juni aanstaande. Het woord grondwet voor dit document vinden we eigenlijk te pretentieus. Deze pretenties komen niet toe aan een Europees verdrag, het is gewoon een verdrag. Maar het is nu eenmaal zo gaan heten. Wat nu te doen. In ons partijorgaan is omstandig beredeneerd waarom we toch maar onze stem moeten uitbrengen. In Zwolle zullen “onze mensen” wel niet geaarzeld hebben over hun houding bij het in die stad gehouden referendum over de komst van een gokhal. Daar ben je tegen. En dat wil je tot uitdrukking brengen ook. Zo ongeveer moet het ook bij deze gelegenheid gaan, denk ik.

Waar liggen onze bezwaren? In willekeurige volgorde de volgende overwegingen. De Grondwet kiest niet voor verdere afslanking, maar juist voor uitdijen van het takenpakket van de Europese Unie. Er wordt sprake van meer machtsconcentratie dan van machtsspreiding. In de preambule is, zoals gezegd, afgezien van een vermelding van het joods-christelijke erfgoed in de landen die de Unie vormen. Dat is na stevige discussies bewust gebeurd en dat maakt de zaak te schrijnender. We nemen afstand van enkele bouwstenen van het verdrag, bijvoorbeeld van de versterking van het Europese buitenlands beleid en de voorziene aanstelling van één EU minister van Buitenlandse Zaken.

In de ‘campagne’ tegen de EU Grondwet zal de kritiek op de voortgaande centralisatie en machtsconcentratie in het middelpunt staan. De Socialistische Partij van Marijnissen en de Groep Wilders hebben al geruime tijd geleden aangekondigd er stevig tegenaan te gaan. De SGP zal op haar bescheiden wijze niet kunnen achterblijven. Ik neem aan dat allen hun verantwoordelijkheid nemen.

Conservatieven
In het debat over de EU Grondwet zal ook de toetreding van Turkije tot de Europese Unie worden betrokken. Hoewel deze toetreding niet in dit verdrag wordt geregeld, grijpt met name de heer Wilders dit onderwerp aan om kiezers te mobiliseren.
Het is de vraag hoe de heer Wilders zijn partijvorming verder gestalte gaat geven. Zeker nu de heer Spruyt van de conservatieve Burkestichting heeft aangegeven zich mogelijk bij Wilders te voegen. Is Wilders de nieuwe Pim Fortuyn? En wordt zijn groepering een tweede LPF? We weten het niet, maar ik maak me wel grote zorgen om het populisme van deze groepering die op velen een grote aantrekkingskracht kan hebben.
Het kwaad zit niet alleen in een uitgedijde en logge overheid, maar ook en vooral in de mens zelf. Daarom mogen noch kunnen wij af van een voluit christelijke benadering. Die valt van Wilders c.s. niet te verwachten. De presentatie van zijn ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ op een zondag, maar ook al eerder zijn steun voor de D66-voorstellen om de strafbaarheid van godslastering uit de wet te halen, en zijn pleidooi om de bijzondere positie van kerkgenootschappen in ons burgerlijk recht aan te pakken, spreken wat dat betreft boekdelen.

Israël
Er zal in decennia achter ons geen partijrede zijn uitgesproken, waarin geen aandacht werd gevraagd voor de netelige positie van het land en volk van Israël. Tot in ons beginselprogramma toe belijden wij onze warme sympathie voor het oude bondsvolk, de beminden om der vaderen wil. Het ging en gaat om veilige en erkende grenzen voor Israël in een vreedzame verhouding tot de regionale omgeving. Dat is jarenlang zeer moeilijk geweest. Het vredesproces ging op en neer. De Palestijnen kregen het steeds weer voor elkaar zand in de machine te gooien. De onlangs gestorven Palestijnse leider Arafat had geen greep op militante groepen, wilde die greep misschien ook helemaal niet hebben. Vele doden zijn aan weerszijden van de linies te betreuren door zelfmoordacties en de tegenacties van de kant van Israël. Nu Arafat is weggevallen en er een nieuwe leider is aangewezen, komen er hopelijk nieuwe kansen op een akkoord. Hoe vaak hebben we niet verzucht of er nooit een einde komt aan de precaire situatie en een doorbraak kan worden bewerkstelligd. Daar is moed voor nodig en volharding. Er gloort nu hoop! Er mag wel gebed worden gevonden om vrede in deze diep beproefde regio.

Financiële en economische omgeving
Dit kabinet trad aan met een stevig bezuinigingspakket. Voor het grootste deel is dat doorgevoerd, in de volksgezondheid en in de sociale zekerheid waarin nog alleen de strengere WAO op parlementaire behandeling wacht. We hebben veel wetsvoorstellen gesteund, omdat deze in onze ogen meer recht doen aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers. Maar niet alle voorstellen kregen onze steun. We hielden ons hart namelijk wel regelmatig vast bij de gevolgen voor de lagere inkomensgroepen: vele ouderen met alleen AOW of een klein aanvullend pensioen, gehandicapten en chronisch zieken. Ook de middeninkomens krijgen klappen. We hebben in deze discussie nog een rol mogen spelen via de inmiddels bekende motie van onze fractie om de negatieve gevolgen voor het jaar 2004 voor iedereen kleiner te houden dan 1 procent. Daar is hard aan gewerkt om het zover te krijgen. In feite loopt deze actie nog door, ook nu er voor het jaar 2005 al weer een ronde overheen is gekomen. We gaan de partij maar niet vermoeien met techniek, we houden het hier bij. Wel is duidelijk dat een christelijk sociaal profiel niet kan worden opgeëist door linkse fracties, ook niet door de ChristenUnie, die in deze dossiers veelal één lijn trekt met politiek links.

Gelukkig trekt het financieel-economische klimaat (mede in internationaal perspectief) langzaam weer wat aan. Dat is goed voor de werkgelegenheid en voor de bereidheid onder de ondernemers om weer te investeren. We moeten maar niet te vroeg juichen, maar er zou voor volgend jaar niet opnieuw hoeven te worden bezuinigd. Dat geeft ruimte die evenwichtig moet worden aangewend. Wij vergeten daarbij de nog altijd torenhoge staatsschuld niet. Deze hypotheek op ons nageslacht moet zo snel mogelijk minder drukken.

Dat er nog meer dan genoeg te doen is, geldt in het bijzonder ook voor de beleidsterreinen van LNV. Om het met één zin te zeggen: het wordt blijkbaar steeds moeilijker om deze eeuwenoude activiteiten, die overigens niet zelden spectaculair zijn geïntensiveerd, te verzoenen met aangelegde normen voor voedselveiligheid, dierwelzijn en het milieu. Vaak komen deze normen uit Europa, maar vanwege de bijzondere kenmerken van ons land moet er vaak nog een schepje bovenop. Met alle concurrentievervalsing van dien.
De visserijsector heeft het uiterst moeilijk. Makkelijke oplossingen zijn niet voorhanden. De vraag hoe het nu werkelijk zit met de visbestanden, lijkt een niet gezaghebbend te beantwoorden vraag. Hoe kan dat nu! Over feiten moet je het in een beschaafd land toch eens kunnen worden. Of er moet rivaliteit tussen visserijnaties opspelen. Duidelijk is dat we de sector niet mogen laten wegzakken. Het water staat tot aan de lippen. Eenzelfde somber stemmend verhaal geldt de palingvissers. Moeten zij dezelfde weg van ‘afbraak’ van hun bedrijven gaan als de kokkelvissers, in hetzelfde gure, want vooral onzekere weer terechtkomen als de mosselsector? Zou het onverhoopt onontkoombaar zijn, is het minste waaraan je denkt toch wel een royale warme sanering. Goed begrepen, niet als doel in zichzelf, maar als laatste, dus ónverhoopt nodige redmiddel

Ook andere sectoren onder dit departement hebben het zwaar. De akkerbouw, diverse teelten met uitzonderlijk lage prijzen. Onzekerheden in de veehouderijen. Het voert te ver om deze allemaal te schetsen. Duidelijk is dat de aanstaande mestwetgeving van eminent belang is. De tuinbouw en bloementeelten werden zwaar getroffen door de exportstop naar een grote afnemer, te weten Rusland. Deze barrière lijkt weer te zijn geslecht. Zo is er elke keer weer wát. Waakzaamheid en inventiviteit blijven dus geboden.

Waarden en normen
Het is rond dit thema al enige tijd opmerkelijk stil. Onterecht natuurlijk. Veel van de aangeroerde problematiek zou er geheel anders uitzien, als vaste waarden en normen werden gehanteerd. Wie zou durven beweren dat de opwinding rondom moorden en aanslagen hier niets mee van doen heeft! Dan gaat het om het grote en heftige. Maar wat te denken van de kleinere incidenten die helaas aan de orde van de dag zijn? Om eens een concreet voorbeeld te noemen. Wij ergeren ons toch allemaal mateloos aan die onverantwoorde snaken die tegels van viaducten afgooien op auto’s en schepen, soms met fataal gevolg? Wat drijft zulke onverlaten! Daar kan toch niet hard genoeg achteraan worden gezeten? Zo is er heel veel meer te noemen. Het gaat al lang niet meer om pappen en nathouden, om plakken en knippen, er moet zorgvuldig en trefzeker worden doorgepakt.

Wij staan te trappelen van ongeduld. Wij hebben immers een goed verhaal. Ontleend aan de Bron van álle wijsheid, naar welke Bron we met grote vrijmoedigheid mogen verwijzen. We hoeven dus niet in een soort angstcultuur te belanden of onze SGP wel overleven zal. We hebben een heilzame boodschap, waarvoor we ons absoluut niet hoeven te schamen.”De gehele geschiedenis leert mij dat er voor overheid en volk, buiten gemeenschappelijke eerbied voor de hoogste Wetgever, geen cement ter vereniging van vrijheid en gezag is. Zij leert mij dat de leus “Er is geschreven!” alleen tegen het geweld der dwaalbegrippen een beproefd wapen in de hand geeft.” Met ondermeer deze woorden leidt mr. G. Groen van Prinsterer zijn beroemde Handboek der geschiedenis van het Vaderland in. We spreken ze met overtuiging na.

Hopend wachten
Een kleine partij in een grote wereld. De ontwikkelingen, enkele uitzonderingen daargelaten, voeren ons af van een leven vanuit en bij Gods Woord. Neem maar de levensbeëindiging van pasgeborenen met een open ruggetje. De bewindslieden zullen hals werk hebben om deze incidenten in te dammen. Neem maar de adoptiemogelijkheid voor homoparen. We zeiden het aan het begin al. De moed zou je bij ogenblikken ontzinken. En toch is dat niet gewenst en ook niet nodig. Daar immers, ligt niet de laatste waarneming. Hún geeft Hij moed en krachten, die hopend op Hém wachten. Daar ligt de voedingskabel, daar, met eerbied gesproken, het tankstation. Van daar uit kun je weer verder. Zeker, met een afzien van jezelf en eigen krachten. Met belijdenis van zonde en schuld voor land en volk, voor jezelf heel persoonlijk ook. Wat een ontrouw, wat een plichtsverzaking aan onze kant. Wat een kiezen voor de gemakkelijkste weg met verzwijgen van de zaken waar het wezenlijk op aankomt. Kort en goed: ons past verootmoediging en vergeving.
Maar in deze houding, gewerkt door de Heilige Geest Die verbindt aan de Koning der koningen en Heere der heren, ligt bemoediging en troost. Onverwacht en ongedacht. Daarom is het te wensen dat we op God mogen leren hopen en vertrouwen. Steeds weer opnieuw. Dan zal het altijd goed gaan, hoe het dan ook gaat.

Het is een bekend verhaal. Toch vertel ik het maar. Ik neem u mee naar een dorp waarvan de bevolking moet leven van de akkergewassen. Het is op een jaar kurkdroog. De gewassen verschroeien welhaast. De kerkenraad van de kerk op het dorp besluit om een bijzondere bidstond bijeen te roepen. De tijd is daar, de schare trekt op. Een strakblauwe hemel, een zinderende zon, geen wolkje dat verandering aankondigt. Het valt op dat een oud vrouwtje met een paraplu loopt. Schouders worden opgehaald, in de war zeker. Desgevraagd komt haar beschamende antwoord: We gaan toch bidden om régen!

Kijk, deze vrouw heeft vast geweten wat hopend op God te wachten, werkelijk betekent. De vraag komt naar ons toe of wij dat óók weten. Zou daar niet een groot tekort zitten in kerken, gezinnen en onze politieke partij, dat we dat vertrouwen in de verhoring van alle opgezonden gebeden voor land en volk, voor overheid en Vorstenhuis, uiteindelijk ten diepste missen? Hoe velen onder ons zullen heimelijk de moed al lang hebben opgegeven dat het nog ooit ten goede zal keren in ons land? Zij beperken zich tot te redden wat er nog te redden valt. Dat moet trouwens zéker gebeuren. Maar het hopend op Hém wachten ziet uit naar meer. Naar wonderen van Zijn hand.

Daarop te mogen leren zien, doet gemakkelijk en met geheel het hart instemmen met de Psalmdichter in de 31e Psalm (vers 19):

                    Bemint den HEER, Gods gunstgenoten;
                    Den HEER, Die vromen hoedt,
                    En straft het trots gemoed.
                    Zijt sterk; Hij zal u niet verstoten:
                    Hun geeft Hij moed en krachten,
                    Die hopend op Hem wachten.

 (Overgenomen van de landelijke sgp site)

naar boven